|
Algemeen
Binnenkort wordt u behandeld in het Catharina Ziekenhuis voor de
hartritmestoornis boezemfibrilleren. Uw cardioloog heeft u hierover geïnformeerd en de behandeling besproken die bij u van toepassing is.
Hier informeren we u over de diverse mogelijkheden die worden toegepast in het behandelcentrum van de afdeling Cardiologie.
Omdat de behandeling van boezemfibrilleren een van de speerpunten is van de afdelingen cardiologie en cardiothoracale chirurgie, is het hele zorgtraject ondergebracht in het Behandelcentrum boezemfibrilleren. Hierin werken specialisten uit beide vakgebieden samen om uw behandeling te optimaliseren. Er wordt daarbij gestreefd naar de hoogst haalbare kwaliteit op het gebied van veiligheid, kwaliteit en efficiëntie. De behandelingen zijn gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten, en worden ook op basis van onze eigen ervaringen voortdurend aangepast.
Boezemfibrilleren wordt ook wel atriumfibrilleren genoemd en vindt u in onderstaande tekst vaak terug als afkorting AF. Het is verder goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier beschreven.
Hartritmecardiologen Catharina Ziekenhuis
 Drs. P.H.van der Voort
|
Dr. L.R.C.Dekker
|
Dr. F.A.L.E.Bracke
|
Dr. A.Meijer
|
Wat is atriumfibrilleren?
Atriumfibrilleren, afgekort AF en ook wel boezemfibrilleren genoemd, is één van de meest voorkomende stoornissen in het ritme van het hart. Het normale hartritme is regelmatig met een snelheid tussen de 50 en 90 slagen per minuut in rust. Dit ritme wordt gemaakt in de sinusknoop, een orgaan hoog in de rechter boezem. Hier ontstaat een elektrische impuls die zich in korte tijd door beide boezems verspreidt. De snelheid, ook wel frequentie genoemd, van het sinusritme ligt in rust tussen de 50 en 90 slagen per minuut. Maar dit kan bij inspanning oplopen tot 150 en 190 slagen per minuut. Dit is afhankelijk van de leeftijd. Bij atriumfibrilleren is er een heel snel en onregelmatig hartritme in de beide boezems van meer dan 300 slagen per minuut. Hierbij bewegen vele elektrische impulsen zich snel en kriskras door elkaar. Het lijkt op een soort elektrische chaos in de boezems. Slechts een deel van de boezemslagen wordt voortgeleid naar de kamers van het hart, waardoor de hartslag meestal tussen de 100 en 160 slagen per minuut uitkomt.
Vaak is het beloop van atriumfibrilleren progressief en aanvankelijk zijn er relatief korte aanvallen die spontaan over gaan. In de loop van de tijd gaan deze aanvallen langer duren en op een gegeven moment stoppen ze alleen nog na het toedienen van medicijnen of een elektrische shock. Nog later kan een situatie ontstaan waarbij shocks nog maar voor heel even helpen of helemaal niet meer.
Het atriumfibrilleren is dan chronisch geworden. Medicijnen die eerder goed helpen, doen dit op later moment vaak niet meer. Hoewel dit patroon bij veel mensen voorkomt, kan het ook een heel ander beloop hebben.
Wat zijn de klachten?
De meeste mensen, maar niet iedereen, hebben duidelijke klachten bij atriumfibrilleren. Dit kunnen klachten zijn van hartkloppingen, duizeligheid, vermoeidheid en kortademigheid. De ernst van deze klachten kan variëren van gering tot heel heftig. Sommige mensen zijn sterk beperkt in hun activiteiten. Het is belangrijk u te realiseren dat hoe hevig en lastig de klachten ook mogen zijn, het hart in alle gevallen gewoon blijft doorpompen. Hoe snel en onregelmatig de
hartslag ook is, de kamers van het hart doen gewoon hun werk en er is nooit een gevaar. Over het algemeen hebben jongere mensen meer last van atriumfibrilleren dan oudere mensen. Dit komt onder andere doordat bij jonge mensen de hartslag vaak sneller is dan bij ouderen. Het lijkt tegenstrijdig, maar mensen met chronisch atriumfibrilleren hebben vaak minder last van atriumfibrilleren dan mensen met slechts aanvalletjes.
Oorzaak atriumfibrilleren
Er is niet één duidelijke oorzaak voor atriumfibrilleren. Er zijn wel vele factoren die de kans op AF groter maken zoals; hoge bloeddruk, hartklepafwijkingen, atherosclerose (aderverkalking), hartfalen en sommige andere ritmestoornissen.
Ook zijn er factoren buiten het hart die AF veroorzaken zoals longziekten of schildklieraandoeningen. Ook speelt de bouw en structuur van de boezems een rol, zoals de dikte en de rangschikking van de spiervezels. Een duidelijke oorzaak die het hele fibrilleren verklaart, is bij bijna niemand te vinden. De meeste mensen met AF zoeken tevergeefs naar factoren die bij hen een aanval uitlokken, zoals voedingsmiddelen of bepaalde activiteiten. Ook zulke factoren zijn vaak moeilijk te vinden, hoewel er toch bepaalde patronen kunnen zijn. Namelijk bij de meeste mensen begint een aanval in rust, of na een inspanning. Het ontstaan van AF tijdens inspanning is erg zeldzaam. Nachtelijk AF komt veel voor. Er is dan vaak ook geen reden om terughoudend te zijn met lichaamsbeweging of sport.
Het enige voedingsmiddel waarvan een duidelijke relatie met AF bekend is, is alcohol. Een duidelijke relatie tussen koffie en AF is er zelden. Sommige andere voedingsmiddelen of stoffen kunnen bij individuele mensen wel klachten geven.
Het mijden van dergelijke stoffen is slechts aan te bevelen als iemand een heel duidelijke relatie voelt met AF.
Hoe vaak komt atriumfibrilleren voor?
Atriumfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornis. Er is een duidelijke relatie met de leeftijd. Bij kinderen en jong volwassenen is AF zeer zeldzaam. Het voorkomen wordt geschat op vijf procent boven de 65 jaar en zelfs tien procent boven de 80 jaar. Onderzoeken laten zien dat iemand van 40 jaar ongeveer een kans van een op vier heeft om ooit in zijn leven atriumfibrilleren te krijgen. Hoewel atriumfibrilleren dus vaak voorkomt bij ouderen, hebben jongere mensen vaak meer klachten van AF.
Is atriumfibrilleren gevaarlijk?
Hoewel de hartritmestoornis vaak als erg vervelend wordt ervaren door patiënten, beschouwen de cardiologen atriumfibrilleren in principe als een ongevaarlijke ritmestoornis. Er zijn wel twee belangrijke complicaties:
1. Door AF kunnen bloedklontjes in het hart ontstaan die het lichaam in kunnen schieten, bijvoorbeeld naar de hersenen. Dit risico bestaat eigenlijk vooral voor ouderen (boven 75 jaar) en mensen met bijkomende hartproblemen, suikerziekte en hoge bloeddruk. Om deze reden krijgen deze mensen meestal sterke bloedverdunners.
2. Mensen die langdurig (maanden tot jaren) een veel te snelle hartslag hebben, kunnen hierdoor een vermindering van de pompfunctie van het hart krijgen.
Om deze reden krijgen veel mensen met chronisch AF medicijnen om de
hartfrequentie te verlagen.
Mensen met AF die een niet al te hoge hartfrequentie hebben en die zonodig bloedverdunners gebruiken, hebben in principe een goed vooruitzicht (prognose).
Behandeling van AF is meer gericht op het verminderen van de klachten dan op het verbeteren van de prognose.
De behandeling
Meestal wordt in eerste instantie geprobeerd om het optreden van AF te
voorkomen (controle van het ritme). Als dit niet (meer) mogelijk is, dient het bestaan van AF te worden geaccepteerd en moeten bloedverdunners en soms hartslagverlagende medicijnen worden voorgeschreven (controle van de frequentie).
Met medicijnen
Bijna altijd wordt eerst geprobeerd AF te behandelen met medicijnen. De cardioloog gebruikt diverse medicijnen die redelijk doeltreffend zijn in het voorkomen of verminderen van de aanvallen van AF. Vaak worden combinaties van medicijnen gegeven. Veel gebruikte middelen zijn; flecainide (Tambocor), propafenon (Ritmonorm), disopyramide (Ritmoforine), sotalol (Sotacor) en amiodarone (Cordarone). Bij veel mensen kan met de juiste combinatie en dosering van deze medicijnen het AF goed behandeld worden. De cardioloog kan echter niet tevoren weten welk middel bij welke patiënt goed werkt. Bij een deel van de patiënten geven deze medicijnen geen of onvoldoende resultaat, of neemt na verloop van tijd het effect af. De diverse medicijnen hebben weinig of milde bijwerkingen, soms kan het optreden van bijwerkingen een reden zijn om het middel te stoppen. Vooral het middel amiodarone (Cordarone) kan bijwerkingen geven, vooral bij langdurig gebruik. Bij zulke bijwerkingen moet het gebruik van deze medicijnen gestopt worden. Er zijn veel mensen die met amiodarone jarenlang vrij zijn van AF, zonder bijwerkingen.
Als medicijnen niet (meer) helpen
Op het moment dat medicijnen niet meer helpen tegen AF, zijn er een aantal mogelijkheden. Misschien wel de belangrijkste is gewoonweg het accepteren van het AF: De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat dit geen slechte optie is, met name voor mensen die niet al te veel klachten hebben. Dit is ook een veilige keuze als de hartfrequentie niet al te snel is en mensen bloedverdunners gebruiken. Anders dan vaak wordt gedacht, is een pacemaker in principe geen goede behandeling voor atriumfibrilleren. Een pacemaker kan bij mensen met een te traag hartritme de hartfrequentie op peil houden. Bij AF waarbij de hartfrequentie te snel is, helpt dit dus niet. Als er geen andere mogelijkheden voorhanden zijn, kan worden gekozen voor een pacemaker in combinatie met het doorbranden van de bundel van His. De bundel van His is de elektrische verbinding tussen de boezems en de kamers.
Sinds een paar jaar is de catheterablatie van AF een steeds vaker toegepaste techniek, die echter niet voor iedereen geschikt is. Als laatste mogelijkheid kan AF ook chirurgisch worden behandeld via een operatieve ingreep. De oudste chirurgische behandeling is de Maze-operatie. Hierbij worden, door middel van een open hart operatie, een aantal grote littekens in de boezems gemaakt of gebrand. Deze techniek wordt niet vaak meer toegepast. Ook kan de chirurg littekens maken zoals bij een catheterablatie. Dit wordt vaak toegepast bij mensen die om een andere reden een hartoperatie moeten ondergaan, zoals een bypass-of een klepoperatie. U kunt meer informatie vinden over de chirurgische behandeling in de folder Pulmonale Vene Isolatie en Maze procedure.
Niet alleen onze specialisten, maar ook onze technici en verpleegkundigen streven ernaar om u het gevoel te geven dat u met uw keuze voor het Catharina Ziekenhuis de juiste keuze hebt gemaakt.
Bij het verder verbeteren van onze zorg helpt het ons als u ons laat weten hoe u de behandeling hebt ervaren en of er zaken zijn die naar u oordeel anders georganiseerd of uitgevoerd zouden kunnen worden.
|