| Doel |
Een dotterbehandeling of Percutane Coronaire Interventie (PCI) lijkt veel op een hartcatheterisatie (CAG).
Via de lies of arm wordt er een catheter (dun hol slangetje) naar het hart gebracht, echter wordt er nu door deze catheter, een draad naar de plaats van de vernauwing gevoerd, waarover een ballonnetje wordt opgevoerd dat op de plaats van een vernauwing opgeblazen kan worden, zodat de vernauwing als het ware wordt weggedrukt en waardoor het bloed weer normaal kan stromen. Naast het gebruiken van een ballonnetje, zijn er ook andere methoden om de vernauwing op te lossen. |
|
 |
Om te voorkomen dat de vernauwing terug komt, kan de cardioloog ervoor kiezen een stent te plaatsen in het bloedvat. Dit is een metalen cilindertje van gaas. Op deze wijze blijft het bloedvat van binnenuit open.
De behandeling
Op het afgesproken tijdstip meldt u zich op de verpleegafdeling Cardiologie (7 West). Hier kunt u zich omkleden en wordt u voorbereid voor de behandeling. U wordt op bed naar de hartcatheterisatiekamer gebracht, waar u vervolgens mag plaatsnemen op een behandeltafel.
 |
|
De plaats waar de catheter in uw lichaam wordt ingebracht, wordt gedesinfecteerd en verdoofd. Uw hartritme wordt gedurende de gehele behandeling goed in de gaten gehouden. De toediening van de contrastvloeistof kan u een warm gevoel door uw hele lichaam bezorgen, dit is echter van korte duur.
Indien u wat pijn op de borst ervaart, moet u dit direct melden. De contrastvloeistof maakt het mogelijk de exacte plaats van de vernauwing(en) zichtbaar te maken. |
| De röntgenapparatuur boven u zendt de opnamen van uw hart naar een beeldscherm waarop de cardioloog direct kan zien waar zich mogelijk vernauwingen bevinden. Het ballonnetje wordt over de draad, door de catheter naar de plaats van de vernauwing geleid, en vervolgens opgeblazen en weer leeg gelaten. Hierna bekijkt de cardioloog door middel van toediening van contrastvloeistof en doorlichting op een beeldscherm of de vernauwing is verdwenen. |
| |
| |
|
|
|
|
| Is dit niet het geval, wordt de behandeling herhaald. Indien de vernauwing verholpen is en het bloed stroomt weer als normaal, kan de cardioloog ervoor kiezen een stent te plaatsen. Deze stent kan echter ook voordat het ballonnetje is opgeblazen al geplaatst worden, uw cardioloog bepaalt dit. Gedurende de behandeling kunnen ook meerdere vernauwingen worden behandeld. |
Als het onderzoek klaar is, kunt u weer naar de afdeling terug. Omdat het bloed tijdens de procedure verdund wordt, kan de catheter na de behandeling niet direct worden verwijderd. Als de verpleegkundige het veilig acht de catheter te verwijderen, is nodig om een aantal uren op uw rug te blijven liggen, omdat de wond in uw lies, daar waar de catheter uw lichaam is ingebracht, goed dichtgedrukt moet blijven (d.m.v. een drukverband en een zandzakje), zodat het bloedvat weer netjes kan dicht gaan en dicht blijft. Dit duurt tussen de 4–8 uur. Het is mogelijk dat er een bloeduitstorting is ontstaan op de plaats van het inbrengen van de catheter, deze verdwijnt vanzelf in 1-2 weken.
Uw hartritme wordt ook na de behandeling op de afdeling in de gaten gehouden, alsmede uw bloeddruk. Indien u na de behandeling toch weer klachten ondervind, moet u dit melden aan de verpleegkundige.
Tijdsduur
Een dotterbehandeling PCI duurt ongeveer 1,5 uur. Indien u in de ochtend gedotterd bent mag u meestal het ziekenhuis nog op dezelfde dag verlaten.
Locatie
Verpleegafdeling 7 West, 7e verdieping, route 94.
Hartcatheterisatiekamer, 7 Oost en 7 West, 7e verdieping, route 94.
Opmerkingen
Na de behandeling moet u het de eerste dagen rustig aan doen en mag u geen zware voorwerpen tillen, fietsen of sporten, om nabloedingen te voorkomen.
De resultaten van uw behandeling krijgt u van uw eigen cardioloog tijdens uw eerstvolgende bezoek aan het spreekuur.
Patiëntenfolder
Uitgebreide informatie over de PCI-procedure kunt u lezen in de patiëntenfolder, welke u hier kunt downloaden (PDF document).
|