|
In het Catharina Ziekenhuis kan tegenwoordig een aortakunstklep via de lies slagader (of eventueel via de slagader onder het sleutelbeen) worden ingebracht. Ook wel TAVI (Transcatheter Aortic Valve Implantation) genoemd. Per jaar worden 60 tot 80 van deze ingrepen verricht en verwacht wordt dat dit aantal de komende jaren zal toenemen. Het Catharina Ziekenhuis is inmiddels op dit gebied een van de toonaangevende ziekenhuizen in de wereld.
Op deze pagina van onze webside informeren wij u over de behandeling. Ook willen we u inlichten over de gang van zaken rondom de implantatie en nazorg.
Uw persoonlijke situatie kan anders zijn dan in op deze pagina wordt beschreven. Uw behandelend arts kan uw specifieke situatie het beste beoordelen. Bij twijfel is hij/zij de aangewezen persoon om te overleggen.
De hartkleppen in het gezonde hart
Elke pomp heeft een terugslagklep nodig om te zorgen dat de vloeistof één kant opgaat. Het hart is een ingewikkelde pomp met maar liefst
vier kleppen. Het bloed komt vanuit het lichaam via de aders in de rechterboezem.
Via de openstaande tricuspidalisklep (of: tricuspidaalklep)
zuigt de rechterkamer het bloed aan. Vervolgens sluit de tricuspidalisklep
en gaat de pulmonalisklep (of: pulmonaalklep) open, zodat de
samentrekking van de rechterkamer het bloed naar de longen pompt.
Links gaat het precies zo: in de linkerboezem komt het zuurstofrijke
bloed uit de longen aan; dat wordt via de openstaande mitralisklep (of: mitraalklep) door de linkerkamer aangezogen. Dan sluit de mitralisklep en laat de openstaande aortaklep het bloed door naar de aorta en
verder naar de slagaders.
De pulmonalisklep is dus dicht op het moment dat de tricuspidalisklep
openstaat en andersom en hetzelfde geldt voor de aortaklep en de
mitralisklep. Dit beurtelings opengaan en sluiten gebeurt bij elke hartslag één keer.
De hartkleppen zien er verschillend uit.
De tricuspidalisklep (zie afbeelding hierboven) bestaat uit drie dunne klepbladen,
de mitralisklep heeft er twee. Bij deze twee kleppen zitten aan
de onderkant peesdraden (de chordae), die vastzitten aan de wand van
de onderliggende kamer. Dus als de rechterkamer samentrekt, trekt die
ook de tricuspidalisklep dicht en de linkerkamer doet hetzelfde met de
mitralisklep.
Samen met hun chordae lijken deze kleppen op een parachute.
De pulmonalisklep en de aortaklep zien er hetzelfde uit: ze
bestaan uit drie gelijke delen die samen een mooie cirkel vormen. Als ze
dicht zijn vormen ze het Mercedes-teken.
Deze twee kleppen reageren
op drukverschillen: als door het samentrekken van de kamer de druk
te groot wordt gaan ze open en als de druk in de longslagader (bij de
pulmonalisklep) of in de aorta (bij de aortaklep) weer groter is dan in
de kamer, sluiten ze zichzelf weer.
Bij alle kleppen zitten de klepbladen aan de buitenkant vast aan een ring
in de hartspier.
Wat is aortaklepstenose?
De hartkleppen die in het hart aanwezig zijn zorgen ervoor dat het bloed de goede kant op kan stromen door op het juiste moment open en dicht te gaan. Een aortaklep bestaat uit drie dunne klepbladen (slippen) die precies op elkaar aansluiten. De aortaklep zorgt ervoor dat er geen bloed terug kan lekken van de lichaamsslagader (aorta) naar de linkerkamer van het hart. Als er zich een vernauwing (stenose) van de klep heeft gevormd, wordt de uitstroom van het bloed belemmerd. Door de vernauwing van de aortaklep moet de linkerkamer harder werken om het bloed langs de vernauwde klep te pompen, waardoor de hartspier op den duur dikker wordt en stijver.
Oorzaak
Aangeboren
De klepslippen zitten deels aan elkaar vast of er zijn twee in plaats van drie klepslippen gevormd. Ook kan de uitstroom worden belemmerd doordat er zich extra weefsel bevindt boven of onder de klep.
Ontsteking
Soms kan de aortaklep gaan ontsteken en verdikt raken, waardoor er een vernauwing optreedt.
Ouderdom
De klep kan zijn soepelheid verliezen als gevolg van kalkafzetting (sclerose). De verkalkte klep kan vernauwd raken of gaan lekken. Dit is de belangrijkste oorzaak van de aortaklepstenose
Klachten
Een geringe aortaklepstenose geeft meestal weinig klachten. Als de aandoening ernstiger is, kunnen klachten ontstaan van pijn op de borst tijdens inspanning, vermoeidheid, kortademigheid, duizeligheid, plotseling flauwvallen en ritmestoornissen.
Onderzoek en diagnose
Met behulp van onderzoek met de stethoscoop kan de arts een 'luid' geruis horen aan het begin van iedere hartslag. Op een elektrocardiogram (ECG) kan worden bekeken of de linkerkamer van het hart zwaarder belast wordt dan normaal. De ernst van de vernauwing wordt vastgesteld aan de hand van een echo van het hart. Wanneer een operatie wordt overwogen, wordt tevens een onderzoek met behulp van een hartcatherisatie (CAG) uitgevoerd om tevens de kransslagaderen te beoordelen.
Waarom een aortaklepimplantatie via de lies?
Een hartklep kan lekken of vernauwd zijn. Beide afwijkingen kunnen ook tegelijk voorkomen. Op den duur kan er schade aan het hart ontstaan. Als er klachten ontstaan ten gevolge van de vernauwde aortaklep en het hart minder goed gaat pompen is het verstandig om verdere achteruitgang te voorkomen. De cardioloog adviseert dan om een hartklepoperatie te laten uitvoeren.
Er wordt pas voor een aortaklepimplantatie gekozen wanneer een hartklepoperatie om verschillende reden niet mogelijk is, of het risico voor een ‘normale” hartoperatie te hoog is. Meestal komt dit door bijkomende ziekten (co-morbiditeit), maar het kan ook zijn dat de grote lichaamsslagader (aorta) boven de aortaklep zo verkalkt is dat het onmogelijk is een hartoperatie uit te voeren, en dan wordt gekozen voor een implantatie via de lies slagader.
Bijkomende ziekten die het risico op een hartoperatie te hoog maken kunnen zijn: een doorgemaakt herseninfarct, nierproblemen, longproblemen, een slechte pompfunctie van de linker of rechter hartkamer.
Ook hoge leeftijd is een extra risico voor een hartoperatie.
Ook door eerder ondergane hartoperaties kan het risico bij een klepoperatie te hoog zijn. In deze gevallen kan gekozen worden voor een aortaklep implantatie via de lies slagader.
De voorbereidingen
Als de cardioloog samen met u heeft besloten om de Percutane Aortaklep Implantatie, dus een aortaklep implantatie via de lies, te gaan uitvoeren zullen er poliklinisch al voorbereidingen gedaan worden.
U krijgt een hartcatheterisatie, een onderzoek met buigzaam slangetje via de lies om de slagaders in de liezen en de aorta (hoofdslagader) in beeld te brengen.
Verder zullen er röntgenfoto’s van hart en longen gemaakt worden en van de kaken, dit wordt gedaan om te kijken of er geen infectiebron zit.
Mocht er op een van de foto’s een infectiebron te zien zijn dan zal dit eerst behandeld gaan worden.
Ook moet u de pre-operatieve polikliniek bezoeken. Dit wordt allemaal poliklinisch verricht in het Catharina Ziekenhuis.
Er zullen voor de implantatie medicijnen gestopt gaan worden, van de cardioloog zult u horen met welke medicijnen u tijdelijk zult moeten stoppen. Vaak zijn dit bloedverdunners, bètablokkers en calciumantagonisten.
Dag van opname
Ongeveer een week van te voren krijgt u telefonisch bericht over de opname en behandel datum. U wordt één dag voor de behandeling opgenomen.
U wordt ontvangen door een verpleegkundige. Er vindt een opnamegesprek plaats, waarin u uitleg krijgt over wat er gaat gebeuren en waarin u eventuele vragen kunt stellen. Ook vinden er op deze dag voorbereidende onderzoeken plaats. Er wordt bloed afgenomen, de verpleegkundige maakt een hartfilmpje en controleert uw bloeddruk, polsslag en temperatuur.
Gebruikt u medicijnen, neem ze dan de dag van opname mee in de originele verpakking, ook de medicijnen die u tijdelijk heeft moeten stoppen.
Indien u geen acetylsalicylzuur en plavix (clopidogrel) gebruikt, zullen deze tijdens opname gestart worden. De plavix moet na de ingreep een half jaar worden gebruikt
De avond voor de behandeling krijgt u (indien u ze zelf niet gebruikt) slaapmedicatie, dit om voor een goede nachtrust te zorgen.
Dag van de behandeling
De dag van de behandeling moet u nuchter blijven vanaf middernacht tot na de behandeling. U krijgt ter voorkoming van infecties antibiotica toegediend via een infuus. Ook wordt er een blaascatheter ingebracht om de urine productie rondom de ingreep te kunnen controleren. Indien nodig worden uw liezen geschoren. Heeft uw een kunstgebit dan dient u deze voor de behandeling uit te doen, ook dienen alle sieraden te worden verwijderd.
Spuit u insuline in verband met diabates mellitus dan krijgt uw hiervoor een extra infuus met insuline. Uw eigen insuline hoeft u dan niet te spuiten.
Bij nierproblemen krijgt u zonodig voor de ingreep extra vocht toegedient via een infuus
De behandeling
Zodra u aan de beurt bent krijgt u een operatiehemd aan. De behandeling vindt plaats op een van de hartcatherisatiekamers (HCK) of op de operatiekamers. Hier aangekomen mag u over schuiven op de behandeltafel. U wordt aangesloten aan de bewakingsmonitor.
De procedure is anders dan de bij u bekende hartcatheterisatie. Naast de cardioloog welke u op de polikliniek gesproken hebt zult u meerde mensen ontmoeten die bij de procedure betrokken zijn. Waaronder een anesthesioloog en een vaatchirurg.
De klepimplantatie zal onder gehele narcose of onder sedatie (lichte slaap) plaats vinden, uw behandelend cardioloog zal afhankelijk van uw persoonlijke situatie voor het een dan wel het ander kiezen.
Na dat u in slaap bent gebracht zullen beide liezen gedesinfecteerd worden en zullen de sheaths (buisjes) in de bloedvaten van de lies worden ingebracht.
In tegenstelling tot bij de hartcatheterisatie zullen in beide liezen “ buisjes” worden ingebracht en zullen enkele ook na de behandeling nog blijven zitten. De cardioloog prikt een slagader aan in de lies en schuift een katheter met ballon door die slagader heen naar het hart. Deze ballon wordt in de afwijkende aortaklep gelegd. De ballon wordt opgeblazen en daardoor wordt de klep tegen de wand van de aorta gedrukt. Dan geleidt de cardioloog door dezelfde katheter een capsule waarin een zelf ontplooiende stent met biologische klep zit naar de oude klep. Deze capsule wordt geplaatst ter hoogte van de weggedrukte afwijkende klep. De nieuwe biologische klep wordt uit de capsule gedraaid en zet zichzelf vast ter plaatse van de weggedrukte klep.
 |
|
 |
| |
Via een van de “ buisjes” welke na de procedure blijft zitten zal een tijdelijke pacemakerdraad zijn ingebracht. Als er geen ritme veranderingen plaats vinden zal deze na enkele dagen verwijderd worden.
De implantatie van de nieuwe hartklep zal meestal enkele uren (2-3 uur) duren.
Het eerste deel van de behandeling zijn de verpleegkundigen en artsen van de hartkatheterisatiekamers bezig met voorbereidingen, zoals het u onder narcose- of in slaap brengen en het inbrengen van de buisjes in de lies.
Het tweede deel van de behandeling bestaat uit het oprekken van uw vernauwde klep en het plaatsen van de nieuwe klep.
Het derde deel van de behandeling bestaat uit het verwijderen en sluiten van de insteekopening in de lies en de verdere afronding van de procedure.
Nadat de procedure klaar is wordt u in bed gelegd en naar de hartbewaking gebracht. Hier zullen ze u goed in gaten houden en zult u ook wakker worden uit de narcose dan wel de lichte slaap. De cardioloog zal de familie/contactpersoon op de hoogte brengen zodra de behandeling klaar is.
Na de behandeling
Na de behandeling wordt u wakker op de hartbewaking (7-oost). U wordt hier continu in de gaten gehouden. U hartritme, bloeddruk, pols en temperatuur worden voortdurend geobserveerd. U heeft in één lies een drukverband en in de andere lies nog een buisje met een tijdelijke pacemakerdraad. U heeft bedrust tot deze draad verwijderd is en het verband uit de liezen verwijderd is. Ook heeft u nog een blaaskatheter en meerdere infusen.
Na een dag, als alles goed is, zult u overgeplaatst worden naar de verpleegafdeling cardiologie (7 west). Mocht u patiënt zijn in een ander ziekenhuis, dan zult u daar naar toe overgeplaatst worden. Daar begint u met revalideren. Indien mogelijk mag u al zelf lopen, wassen, douchen en na een paar dagen trappen
lopen. Hoe snel u dit allemaal kunt en hoe gemakkelijk het u afgaat, hangt
af van uw conditie en uw leeftijd.
Complicaties
Een hartklepimplantatie is niet zonder risico’s. Er is een risico op complicaties
en overlijden.
- Er bestaat een geringe kans op hart-of herseninfarct
- Bij het vervangen van de aortaklep is beschadiging van de bundel van His mogelijk; dit zijn de zenuwen die de elektrische prikkel voor de hartslag doorgeven van de boezems naar de kamers. Een AV-blok betekent dat de elektrische prikkel niet wordt doorgegeven. Men lost dit op met een tijdelijke pacemaker. Als de geleiding niet herstelt, moet men een permanente pacemaker plaatsen
- Er kunnen ook andere hartritmestoornissen optreden. Die verhelpt men met medicijnen
- Een bloeding in het hartzakje. Dit merken de artsen snel op doordat tijdens de ingreep het hart wordt gecontroleerd met slokdarm echocardiografie. Soms treedt de bloeding in het hartzakje langzaam en sluipend op en moet men een spoedoperatie uitvoeren. Soms kan men het bloed met een naald opzuigen en is een nieuwe
operatie niet nodig
- Een bloeding vanuit de liesslagader, waarvoor soms de vaatchirurg direct moet ingrijpen met een operatie
- Na de behandeling kunt u lichte tot hogere koorts ontwikkelen. Soms komt dat door een infectie maar vaak is de oorzaak niet duidelijk en komt door de ingreep zelf
Leefregels
U kunt na ongeveer een week na ontslag weer u dagelijkse bezigheden en activiteiten hervatten. Na de behandeling kunt u nog vermoeid en kortademig zijn, U kunt uw activiteiten rustig aan opbouwen.
Autorijden en fietsen
Voor het Centraal Bureau voor Rijvaardigheidsbewijzen is iemand die een klepimplantatie heeft ondergaan de eerste 4 weken erna in ieder geval ongeschikt voor het besturen van een auto, daarna moet een arts beoordelen of u weer mag deelnemen aan het verkeer. Dit geldt ook voor fietsen.
Lichamelijke activiteiten
Wij raden u aan om het de eerste week na ontslag rustig aan te doen. U mag niet zwaar tillen (> 5 kg) en ook geen zwaar lichamelijke arbeid doen. Probeer daarna zoveel mogelijk actief te zijn, maar gun uw lichaam ook op tijd rust.
Baden
De eerste week na ontslag mag u niet in bad of zwemmen. Dit omdat
het wondje in de lies daardoor week kan worden, waardoor er een grotere kans is op een nabloeding. U mag wel kortdurend (5 minuten) douchen.
Medische en/ of tandheelkundige ingrepen in de toekomst
Als u een klepimplantatie hebt gehad geldt dat vóór en na een tandheelkundige behandeling of een medische ingreep kortdurend een antibioticakuur gegeven wordt. Dit is om te voorkomen dat een infectie overslaat op het hart en de kleppen.
Via de tandarts of behandelend arts krijgt u een recept voor antibiotica. Volg de
instructies goed op!
Nauwgezette mondhygiëne en controle bij de tandarts blijft van groot belang, evenals de bescherming tegen infecties bij tandheelkundige ingrepen.
Ook kan het zijn dat de tandarts wilt dat de bloedverdunnende medicijnen tijdelijk worden gestopt. Meestal is dit geen probleem, maar overleg altijd met uw cardioloog!
Ontslag
Het ontslag is zeer afhankelijk van hoe het revalideren gaat. Mocht het nodig zijn dan kan de verpleegkundige op uw verzoek extra verzorging regelen voor thuis.
De verpleegkundige geeft u een aantal papieren mee, waaronder:
- Een recept voor de apotheek
- Een medicijnoverzicht
- Een brief voor de huisarts
- Een controle afspraak bij de cardioloog
- Een controle afspraak voor een echo controle van de nieuwe klep in het Catharina ziekenhuis 4 weken na ontslag uit het ziekenhuis
De verpleegkundige beantwoordt de laatste vragen en geeft adviezen over leefregels.
Identificatie hartklepprothese
U krijgt enige tijd na het ontslag de zogeheten hartklepidentificatie-pas toegezonden.
Deze pas bevat gegevens over uw persoonlijke hartklepprothese. Op het geplastificeerde kaartje, ter grootte van een bankpasje, staat onder andere vermeld: uw naam en geboortedatum, het type klep dat u heeft, het merk, het registratienummer, de positie en de implantatiedatum. Deze gegevens stellen artsen en andere hulpverleners in staat om snel en doeltreffend hulp te verlenen als dat onverhoopt ooit nodig zou zijn. Het is raadzaam het pasje altijd bij u te dragen.
Tot slot
Mocht u nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen met: Polikliniek Cardiologie, telefoonnummer 040-2397000.
|