Aug 28 2010
zaterdag in Stockholm
8 dagen en 1705 km zijn omgevlogen. Voorbij met het roepen van “kuil!” en “drempel!” als waarschuwing voor de anderen, voorbij met het geluid van de wielen van 27 fietsen die met met per 40 uur voortsuizen, voorbij met het genieten van het materiaal, schakelen, remmen, geluid van de ketting op de tandwielen, voorbij met de verzuring in de benen helling op en het herstel helling af. Voorbij met het snurken van je slapie ’s nachts, voorbij met de stroom repen, bananen, gelletjes en energiedrank. Voorbij met de vermoeidheid in je lijf bij het om 6h45 opstaan, die je er weer uitfietst, voorbij met zadelpijn en ook in de nek van het 8 uur rijden, voorbij met de kick van een goede kopbeurt of lekker lopende klim. Voorbij met genieten van de natuur, bos, bomen, water, meer, rivier, zon scherp of achter de wolken. Geen dieren meer langs de weg, paarden die nerveus mee galopperen, koeien die lui hun hoofd met het peloton meedraaien. Geen valk meer boven de akker die lui zijn rondje draait op zoek naar prooi, geen muisje meer dat net op tijd voor de aanstormende wielen oversteekt. Geen voorbijgangers meer die verbaasd naar het voorbijflitsende groepje coureurs kijkt of enthousiast gebaart. Gemis van de vriendschap in de groep, het zingen onderweg als de verveling toeslaat, de flauwe grappen. Gemis van nog veel meer wat je zelf nog nauwelijks beseft en zeker niet kan uitleggen. Maar bovenal gemis van het gevoel van de laatste kilometers, vleugels krijgen van de adrenaline samen met de hele groep en het overweldigende besef dat je er, bent dat we het gehaald hebben bij het zien van het water van Stockholm in de late middagzon.