Home > Laatste nieuws    
Tekst grootTekst normaal
Home
Sitemap
Artifakt
Laatste nieuws

Inzicht in de prestaties van Nederlandse hartcentra

20 september 2011

Een hartbehandeling als dotteren of een openhartoperatie is een zeer ingrijpende gebeurtenis.
Patiënten die bewust willen kiezen voor een zorgverlener, ontdekken al snel dat de informatie om een goede afweging tussen verschillende hartcentra te maken ontbreekt. De twee grootste Nederlandse hartcentra – gevestigd in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven en het St. Antoniusziekenhuis Nieuwegein - slaan nu de handen ineen om te zorgen dat er een objectief systeem komt om de kwaliteit van Nederlandse hartcentra te meten. Begin 2012 publiceert de projectgroep de resultaten van 'Meetbaar Beter', een wetenschappelijk verantwoord onderzoek dat wordt uitgevoerd in samenwerking met strategisch adviesbureau The Decision Group en gevalideerd door internationaal vooraanstaande medische experts.

Lees meer

 

Het streven naar de maximale patiëntwaarde

28 april 2011

Een stijgende zorgvraag en steeds meer behandelmogelijkheden terwijl het budget voor de zorg beperkt wordt. Hoe gaan we dat oplossen?

Albert Meijer, cardioloog: “In de discussies in de politiek en de media zie je dat vooral wordt gekeken naar beheersing van de kosten, terwijl dat maar de helft van het verhaal is. Door het verbeteren van de kwaliteit van zorg worden in de slipstream vaak de kosten gedrukt”
Jacques Koolen, cardioloog: “Als doktoren stellen we de patiënt altijd voorop.Voor ons en uiteraard voor de patiënt gaat het om de output: leeft de patiënt langer en voelt hij zich beter door de ingreep? Wij denken dat er een relatie is tussen de kosten en ervaring van de arts. Naarmate je de procedure beter beheerst met het team en de logistiek, materialen en systemen kloppen, kun je kosten besparen. In het Catharina Hartcentrum voeren wij jaarlijks meer dan 3500 dotterprocedures uit, zo’n 400 per cardioloog.

Lees meer

 

Cardioloog Catharina Ziekenhuis wint prijs voor beste proefschrift 2010

1 april 2011

Cardioloog Pim Tonino van het Catharina Ziekenhuis heeft op donderdag 31 maart de 'Einthoven Dissertatie Prijs' gewonnen voor het beste cardiologische proefschrift van 2010. De jaarlijkse prijs werd uitgereikt tijdens het voorjaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologen (NVVC) in Papendal. Ruim zeshonderd cardiologen waren daarbij aanwezig.

De prijs is bijzonder omdat deze door de beroepsgroep zelf gekozen wordt. Pim Tonino's proefschrift 'Fractional Flow Reserve to guide Percutaneous Coronary Intervention in Multivessel Coronary Artery Disease' was met nog twee andere proefschriften genomineerd. Tijdens het congres moesten de genomineerden een voordracht houden. De aanwezige cardiologen in de zaal wezen vervolgens Pim Tonino als winnaar aan. Het is de derde keer dat een cardioloog van het Catharina Ziekenhuis de 'Einthoven Dissertatie Prijs' wint.

Pim Tonino
Dr. Pim Tonino volgde zijn geneeskunde opleiding in Rotterdam. In 2001 begon hij met zijn specialisatie tot cardioloog in het Catharina Ziekenhuis. Tijdens de specialisatie tot cardioloog promoveerde hij in 2010 cum laude op het meten van de ernst van kransslagadervernauwingen door middel van drukmetingen (FFR). De titel van het proefschtift luidt:”Fractional Flow Reserve to guide Percutaneous Coronary Intervention in Multivessel Coronary Artery Disease.” De promotor van dit onderzoek is Prof. Dr. Nico Pijls, cardioloog in het Catharina Ziekenhuis en hoogleraar aan de faculteit Biomedische Technologie van de TU/e Eindhoven. Sinds 2010 is Pim Tonino cardioloog in het Catharina Ziekenhuis. Zijn aandachtsgebieden zijn de interventiecardiologie en de behandeling van acute cardiale ziektebeelden.

FAME-studie
Onder leiding van de cardiologen Pim Tonino en Nico Pijls van het Catharina Ziekenhuis werd in een internationale studie waar 20 vooraanstaande ziekenhuizen in Europa en de Verenigde Staten in participeerden een nieuwe methode onderzocht om de ernst van een vernauwing in de kransslagaders te bepalen en om te bekijken waar en wanneer een vernauwing gedotterd moet worden. Op 15 januari 2009 publiceerde het wereldwijd vooraanstaande medische tijdschrift the New England Journal of Medicine met voorrang het artikel en de resultaten van deze zogenoemde FAME studie. Dankzij deze vernieuwde dottertechniek kunnen cardiologen nauwkeurig in kaart brengen of de bloedstroom naar de hartspier wordt gehinderd door een vernauwing in de kransslagader. Ook wordt duidelijk of er door de vernauwing sprake is van zuurstofgebrek en – in geval van meerdere vernauwingen – welke de boosdoener is.

 

Werkbezoek van Kamercommissie VWS aan het Catharina Ziekenhuis

31 januari 2011

De vaste Kamercommisie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bracht op maandag 31 januari een werkbezoek aan ons ziekenhuis. Dit werd gecombineerd met een bezoek aan Philips Healthcare Best en de High Tech Campus. Bij ons woonden de kamerleden een presentatie bij over het Hartcentrum.

Presentatie over het Hartcentrum tijdens het werkbezoek van deVoorzitter Raad van Bestuur Piet Batenburg en cardioloog Jacques Koolen benadrukten hierin onder andere de relevantie van het vaak uitvoeren van een behandeling, ten opzichte van de zorgkwaliteit. Hoe hoger het aantal behandelingen, hoe hoger de kwaliteit én hoe lager de kosten. Ze zoomden hierbij kort in op de THI-vergunning. Verder kwam het belang van innovatie naar voren. Als voorbeeld werd de Fractional Flow Reserve (FFR) methodiek uitgelegd. Hiervoor werd tijdens de presentatie een live-verbinding tot stand gebracht met de Hartkatheterisatiekamer (HCK). De FFR is een nieuwe manier om de noodzaak te beoordelen van het uitvoeren van een dotterbehandeling en/of het plaatsen van een stent in de kransslagaderen. Dit onderzoek is uitgevoerd onder regie van Prof. Dr. Nico Pijls. Het laat zien dat in sommige situaties niet dotteren, maar bijvoorbeeld het gebruik van medicijnen de juiste behandeling is. Het resultaat van de zorg is dan beter en de kosten zijn lager. Tot slot uitte Piet Batenburg zijn zorgen over hoe in de toekomst innovatie van niet-academische ziekenhuizen bekostigd gaat worden. Het werkbezoek eindigde met een korte discussie. De kamerleden gaven aan dat de aangestipte onderwerpen zeker gaan leiden tot verdere discussie binnen de Kamercommissie. Met innovatie als rode draad, was het volgens hen een zeer interessante dag!

 

Afscheidssymposium van Dr.H.R.Michels

25 juni 2010

Afscheidssymposium van Dr.H.R.Michels

Op 25 juni 2010 vond het afscheidssymposium plaats van Dr.H.R.Michels in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
Dit symposium had als thema: "Nieuwe ontwikkelingen in de cardiologie: een blik op de toekomst" en werd druk bezocht door o.a. collega cardiologen uit het hele land, huisartsen uit de regio en medewerkers van het Catharina Ziekenhuis.
Onder de sprekers bevond zich ook de dochter van Dr.Michels, die zelf thans cardioloog is in het Erasmus MC te Rotterdam. Na tot cardioloog te zijn opgeleid in het Thoraxcentrum in Rotterdam, trad Dr.H.R.Michels in 1980 toe tot de maatschap Cardiologie van het Catharina Ziekenhuis. Dr.Michels heeft 30 jaar in het Catharina Ziekenhuis gewerkt.

 

Boezemfibrilleren en nieuwe bloedverdunners

13 januari 2010

Recent zijn de resultaten van het RELY onderzoek gepubliceerd. In dit onderzoek werd het effect van een relatief nieuw medicijn dabigatran vergeleken  met klassieke bloedverdunners op het voorkomen van complicaties bij boezemfibrilleren. Omdat dabigatran minstens even effectief bleek te zijn, zonder toename van bijwerkingen én er geen bloedcontroles nodig zijn om de behandeling te begeleiden, is er zowel vanuit artsen als patiënten veel belangstelling voor dit medicament.
Het is belangrijk om te weten dat op dit moment dabigatran nog niet geregistreerd is als bloedverdunner voor de indicatie boezemfibrilleren. Het is heden alleen nog maar geregistreerd voor de preventie van trombose rond knie en heupoperaties. Als een arts het voorschrijft bij boezemfibrilleren is het op zijn verantwoordelijkheid, waardoor hij ook aansprakelijk gesteld kan worden.
Bovendien is de terugbetaling door de ziektekostenverzekeraar nog onzeker. De behandeling met dabigatran kost ongeveer €4,50 per dag en het kan zijn dat dit door de patiënt zelf betaald moet worden.

Boezemfibrilleren en bloedstolsels
Boezemfibrilleren is een ritmestoornis waarbij bij sommige patiënten een risico bestaat op het ontstaan van bloedstolsels in het hart. Het gevaar van deze stolsels is dat ze indien ze vanuit het hart met het bloed meegevoerd worden een afsluiting veroorzaken van bloedvaten in de hersenen (embolie). Dit wordt wel een beroerte genoemd. Als dit van korte duur is kan de patiënt tijdelijke uitvalsverschijnselen vertonen (TIA), bijvoorbeeld verlamming of spraakproblemen. Indien langdurig of blijvend kan er een herseninfarct optreden met blijvende beschadiging (CVA).
Men moet er zich echter van bewust zijn dat de meeste TIA’s of CVA’s een andere oorzaak hebben dan boezemfibrilleren. Bovendien zijn er patiënten met boezemfibrilleren waarbij het risico op embolie niet groter is dan bij leeftijdsgenoten zonder boezemfibrilleren of waarbij gezien een laag risico met acetylsalicylzuur (‘Aspirine’) kan volstaan worden.

Welke patiënten met boezemfibrilleren lopen risico?
Het risico van een TIA of CVA bij boezemfibrilleren hangt af van de aanwezigheid en het aantal van bijkomende risicofactoren. Deze risicofactoren zijn hartfalen, diabetes of suikerziekte, hoge bloeddruk, leeftijd boven 75 jaar en al een TIA of CVA in de voorgeschiedenis. Hoe meer risicofactoren, hoe groter de kans op een TIA of CVA.
Indien men elke risicofactor de waarde van één punt toekent, behalve TIA of CVA die voor twee punten tellen, en de optelling twee of meer is dan is er bescherming met medicijnen (‘bloedverdunners’) tegen het optreden van embolie nodig.
Een aantal patiënten met boezemfibrilleren heeft ook om andere redenen bloedverdunning nodig: bijvoorbeeld in de aanwezigheid van rheumatische hartklepafwijkingen of kunstkleppen.

‘Bloedverdunners’
Bloedverdunners’ maken het bloed niet letterlijk dunner, maar het stolt minder makkelijk waardoor er ook de neiging tot het vormen van bloedstolsels in het hart bij boezemfibrilleren vermindert, en dus ook van het risico op een TIA of CVA. Omdat het bloed ook minder gemakkelijk stolt bij een verwonding of bloeding elders en dit daardoor langer kan bloeden, lijkt het alsof het bloed ‘dunner’ is en daarom  de uitdrukking ‘bloedverdunners’. Een meer medische term is orale antistolling of orale anticoagulantia.
De bekendste zijn acenocoumarol (Sintrommitis ®) en fenprocoumon (Marcoumar®) en warfarine. De dosering van deze medicijnen moet voor iedere patiënt aangepast worden en kan bij eenzelfde patiënt ook in de tijd schommelen bijvoorbeeld onder invloed van andere medicijnen, ziekte, dieetveranderingen. Het aanpassen gebeurt op basis van regelmatig bloedonderzoek en wordt meestal begeleid door de thrombosedienst. Als het bloed te weinig ontstolt is (‘te dik’) is er geen afdoende bescherming, als het te veel ontstold is (‘te dun’) is er meer risico op complicaties door bloedingen, bijvoorbeeld uit maag of darm.
Als patiënten stabiel ingesteld zijn is er slechts eenmaal in de vier tot zes weken controle door de thrombosedienst nodig. Sommige patiënten zijn echter moeilijk stabiel in te stellen – zonder vaak duidelijke oorzaak - en moeten soms wekelijks gecontroleerd worden.
Uit onderzoek is gebleken dat deze bloedverdunners bij patiënten met boezemfibrilleren en een verhoogd risico op beroerte zeer goed werken: het jaarlijkse risico wordt teruggebracht van ongeveer 5% naar ongeveer 2%.

Alternatieve bloedverdunners
Al jaren is er onderzoek gaande naar alternatieve bloedverdunners. Idealiter zouden die in een vaste dosering ingenomen moeten kunnen worden, zonder noodzakelijke bloedcontroles. Vereist is natuurlijk dat ze minstens even goed beschermend werken maar zonder het risico te verhogen op bloedingen of andere bijwerkingen. Onlangs is bij het RELY onderzoek gebleken dat dabigatran, een nieuwe bloedverdunner, aan die voorwaarden voldoet. Aan dit onderzoek namen zo’n 18.000 patiënten deel.

Welke patiënten deden mee aan de RELY studie?
De patiënten die aan de studie meededen hadden boezemfibrilleren in de zes maanden voor start van het onderzoek en daarenboven een of meerdere risicofactoren die de kans op een embolie vergrootte. Deze risicofactoren waren eendoorgemaakt CVA of TIA, hartfalen, leeftijd ouder dan 75 jaar óf tussen de 65 en 75 met daarbij diabetes, hoge bloeddruk of bekende afwijkingen in de kransslagaderen.
Patiënten met ernstige hartklepafwijkingen, sterk gestoorde nierfunctie, een CVA de laatste zes maand voor start van het onderzoek en actieve leverziekte werden uitgesloten.

Resultaten
Dabigatran werd in twee verschillende vaste doseringen onderzocht: twee maal daags 120 mg of twee maal daags 150 mg. Met de 150 mg doses dabigatran kwamen er minder embolie complicaties (CVA of TIA) voor dan bij gebruik van de klassieke orale antistolling, bij de 120 mg doses was er geen verschil wat betreft complicaties met de klassieke orale antistolling.
(1,1 % per jaar voor de 150 mg doses, 1,5% per jaar voor 110 mg doses en 1.7 % per jaar voor orale antistolling).

Complicaties
Het risico van alle ‘bloedverdunners’ is het ongewenste optreden van bloedingen. Met de 150 mg dosis dabigatran was er geen verschil in het aantal bloedingen (3,1% per jaar) ten opzichte van de klassieke orale antistolling (3,4% per jaar). De 110 mg dosis gaf wel minder kans op bloedingen dan de klassieke orale antistolling (2,7% per jaar).

Bijwerkingen
Bijwerkingen kunnen bij alle medicijnen voorkomen. Maag en darmklachten kwamen bijna twee maal zo veel voor met dabigatran en vormen een belangrijke oorzaak waarom patiënten de behandeling stopten (11-12% na 2 jaar).

Samenvattend beschermt de hoge doses dabigatran van 2 maal daags 150 mg dabigatran beter dan de klassieke orale antistolling, met evenveel risico op bloedingen; en de lage 110 mg doses gaf dezelfde bescherming met echter minder risico op bloedingen.

Praktisch
De resultaten van het RELY onderzoek zijn nog maar pas bekend. Er is enige tijd nodig om deze resultaten naar de dagelijkse praktijk te vertalen en de plaats van dabigatran in de richtlijnen te bepalen.
Voorlopig kan men stellen dat patiënten die goed ingesteld zijn op orale antistolling weinig te winnen hebben met over te schakelen op dabigatran: ze hebben de grootste risicoperiode voor belangrijke bloedingen (het eerste halfjaar na starten van de behandeling) al vaak achter de rug. Bovendien betekent een nieuw medicijn ook altijd een kans op nieuwe bijwerkingen.
De patiënten die eerst in aanmerking komen voor overschakeling naar dabigatran zijn zij die slecht ingesteld kunnen worden op orale antistolling, en aldus die meer risico lopen op het optreden van een CVA of ongewenste bloedingen.

Patiënten met andere of bijkomende indicaties voor orale antistolling zoals kunstkleppen komen op dit moment niet in aanmerking voor dabigatran.

Download dit document in PDF formaat.

 

 

Copyright © 2006-2011 Hartcentrum Eindhoven. Alle rechten voorbehouden.

disclaimer | copyright