|
|
|
|
|
|
Het streven naar de maximale patiëntwaarde
|
Expertinterview Catharina Ziekenhuis Eindhoven
28 april 2011
Een stijgende zorgvraag en steeds meer behandelmogelijkheden terwijl het budget voor de zorg beperkt wordt. Hoe gaan we dat oplossen?
Albert Meijer, cardioloog: “In de discussies in de politiek en de media zie je dat vooral wordt gekeken naar beheersing van de kosten, terwijl dat maar de helft van het verhaal is. Door het verbeteren van de kwaliteit van zorg worden in de slipstream vaak de kosten gedrukt”
Jacques Koolen, cardioloog: “Als doktoren
stellen we de patiënt altijd voorop.Voor ons en uiteraard voor de patiënt gaat het om de output: leeft de patiënt langer en voelt hij zich beter door de ingreep? Wij denken dat er een relatie is tussen de kosten en ervaring van de arts. Naarmate je de procedure beter beheerst met het team en de logistiek, materialen en systemen kloppen, kun je kosten besparen. In het Catharina Hartcentrum voeren wij jaarlijks meer dan 3500 dotterprocedures uit, zo’n 400 per cardioloog. Dat is per cardioloog in het Catharina Hartcentrum evenveel als alle cardiologen in sommige nieuwe centra samen. Als je een heel goed georganiseerd Hartcentrum met goede artsen hebt, zul je bij een ingreep minder complicaties krijgen. Minder complicaties betekent minder intensieve nazorg, de patiënt zal bijvoorbeeld minder vaak terugkomen omdat voor een goede oplossing is gezorgd. Dat heeft een belangrijke kostenreductie tot gevolg. Wij pleiten voor het concentreren van kennis en kunde op bepaalde plekken. Te veel verspreiden leidt tot eerder tot een afname van de kwaliteit en in ieder geval tot een verhoging van de kosten.” |
|
|
Bart van Straten, cardiothoracaal chirurg:
“Een groot patiëntvolume is een
voorwaarde voor kwaliteit en het verder
verbeteren van de zorg, waardoor
de patiëntwaarde verder toeneemt. De
Cardiochirurgie rapporteert al jaren
over de geleverde zorg. Nu zijn we gezamenlijk
met het Sint Antonius Ziekenhuis
Nieuwegein bezig met een kwaliteitsproject.”
Albert Meijer, cardioloog: “Een mooi
voorbeeld is de logistiek rondom patiënten
met een acuut hartinfarct die hier
zo ingericht is dat de tijd die je in het
Catharina Ziekenhuis als patiënt doorbrengt,
van ambulance tot het moment
dat het vat open wordt gemaakt, de
kortste in Nederland is. Het team wordt
vanuit de ambulance gewaarschuwd en
de brancard rijdt rechtstreeks naar de
katheterisatiekamer. Omdat iedere seconde
vertraging aanvullende schade
aan het hart veroorzaakt, voorkomen
we hierdoor problemen en helpen we
mensen om sneller weer volledig te herstellen.”
Een goede samenwerking
tussen cardiologen
en cardiothoracale
chirurgen is in dat
kader een vereiste.
Hoe ver gaat die
samenwerking?
Jacques Koolen: De samenwerking
gaat in het
Catharina Hartcentrum
verder, ook anesthesisten
en intensivisten participeren
waar nodig in
de patiëntbesprekingen.
We zitten dagelijks om
tafel om elke aangeboden
patiënt te bespreken
en er is zelfs een speciaal
kleppenteam om op de
patiënten met klepproblemen
te focussen. Een
zeer intensieve samenwerking
met een zeer
open communicatie en
dat komt uiteindelijk ook
de patiënt ten goede.
Ontwikkeling en innovatie past
ook in dat plaatje. Hoe gaat
het Catharina Hartcentrum daar
mee om?
|
|
Bart van Straten: “Ook daar trekken we samen in op, bijvoorbeeld in
de ontwikkeling van transkatheter hartklep implantaties. Het Catharina Hartcentrum beschikt over de meest moderne computergestuurde apparatuur enbijvoorbeeld 3-dimensionale beeldvorming. Combineer dat met een dokter die jaarlijks enorm veel procedures uitvoert en je hebt de elementen voor een succesvolle ontwikkeling in huis.”
Albert Meijer: “De samenwerking geldt ook voor behandeling van ritmestoornissen. Het Catharina Hartcentrum opent in juni een vijfde catheterisatiekamer, speciaal voor ablaties (het wegbranden van bronnen van ritmestoornissen). Dit is een succesvolle
techniek die jaarlijks meer dan 750 keer wordt toegepast in het Catharina Hartcentum, wat uniek is in Nederland.
Op dit gebied bestaan ook chirurgische technieken. Het is de kunst de patiënt de optimale
behandeling te bieden: operatief of via een katheter. In de regio zijn we een project gestart
om er met cardiologen uit andere ziekenhuizen voor te zorgen dat we bij verwijzing vanuit andere
ziekenhuizen (wat bij 70% van de patiëntpopulatie het geval is) de patiënt zo snel mogelijk de meest optimale behandeling kunnen bieden.” |
Jacques Koolen: “Ook bij kransslagader-en klepproblemen ontstaan
steeds nauwere banden met omliggende centra. CardioThoracaal Chirurgen
en cardiologen uit het Catharina Hartcentrum houden patiëntbesprekingen
op locatie in ziekenhuizen om daar bij te dragen aan de expertiseontwikkeling.
Ook zijn er samenwerkingsverbanden in het kader van onderzoek
en het opleiden op bepaalde specialisatiegebieden met de omliggende
ziekenhuizen en de TU Eindhoven. Deze samenwerkingsvormen
leveren ons feedback en verbetermogelijkheden op.”
Kunt u een concreet voorbeeld noemen van innovatie die leidt
tot kostenbesparing?
Jacques Koolen: “We hebben als Hartcentrum een traditie en een uitstekende
naam opgebouwd op het gebied van research en innovatie. We doen
dat op eigen kracht, zonder overheidsfinanciering. Onze collega professor
Pijls heeft op dat punt baanbrekend werk verricht. Hij heeft een methode
ontwikkeld waarmee je tijdens de katheterisatie de vernauwing van een
kransslagader veel beter dan voorheen 'kunt beoordelen. Waar men in het verleden
bij twijfel geneigd was te denken: ‘er zit iets, dus een dotterprocedure is
noodzakelijk’, is het nu mogelijk dat we alleen dotteren wanneer het echt nodig
is. Dit leidt aantoonbaar tot verhoging van de kwaliteit én het is goedkoper.
Hij heeft er veel over gepubliceerd in de vakbladen en dat is een unieke prestatie
die is gedragen door het hele Catharina Hartcentrum.”
Waarom is het doen van onderzoek voor u zo belangrijk?
Jacques Koolen: “Het is belangrijk voor
onderwijs. We zijn een van de weinige niet-academische ziekenhuizen die een
volledige opleiding hebben voor cardiologie
en cardiothoracale chirurgie, en de vervolgopleiding voor specialisatie
tot interventiecardioloog of electrofysioloog. Daar hoort ook onderzoek bij.
We denken dat het eigen handelen en inzicht in wat je doet, beter wordt als je
onderzoek doet.”
Bart van Straten: ”Daar heb je grote patiëntenstromen voor nodig, ook om de
bijzondere geselecteerde patiënten te ontmoeten.”
Albert Meijer: “We doen nu onderzoek met collega’s in Enschede en het OLVG in Amsterdam, naar de effectiviteit van katheterablaties bij oudere
mensen met boezemfibrilleren, in vergelijking met op dit moment de beste
medicamenteuze therapie. Als zo’n katheterablatie effectief, is het veel minder
belastend voor de patiënt en zeer waarschijnlijk veel goedkoper dan de
rest van het leven medicatie gebruiken, bovendien voorkomt zo’n behandeling
ziekenhuisopnames. Daaruit zal naar verwachting blijken dat kwalitatieve
verbetering van de zorg kan leiden tot kostenreductie.” |
|
|
|
|
|
|