Home > In de media > FAME-studie
Tekst grootTekst normaal
Home
Sitemap
Artifakt

Cardiologen Catharina Ziekenhuis leiden internationaal onderzoek
200 minder doden in Nederland door innovatieve dotterbehandeling

15 januari 2009

Onder leiding van cardiologen van het Catharina Ziekenhuis werd in een internationale studie waar 20 vooraanstaande ziekenhuizen in Europa en de Verenigde Staten in participeerden een nieuwe methode onderzocht om de ernst van een vernauwing in de kransslagaders te bepalen en om te bekijken waar en wanneer een vernauwing gedotterd moet worden.

Op 15 januari publiceerde the New England Journal of Medicine met voorrang het artikel en de resultaten van deze studie. Het toepassen van de nieuwe onderzochte meetmethode in Nederland zou leiden tot 200 minder doden en 540 minder infarcten in het eerste jaar na het dotteren. In Nederland vinden jaarlijks ongeveer 30.000 niet-acute dotterinterventies plaats. Niet alleen levert toepassing van deze nieuwe methode betere perspectieven voor patiënten, ook leidt het tot lagere kosten van behandeling.

Prof. Dr. Nico Pijls

Prof. Dr. Nico Pijls.



Vernauwingen in de kransslagaders (‘aderverkalking’) komt veel voor. Ongeveer 25% van de Nederlanders ouder dan 50 jaar en maar liefst 40% van de Nederlanders ouder dan 60 jaar hebben één of meerdere vernauwingen in zijn of haar kransslagaders.

Het merendeel hiervan is relatief onschuldig: vernauwingen die niet gepaard gaan met zuurstofgebrek geven geen klachten en kunnen goed behandeld worden met medicijnen. De kans dat zo’n vernauwing leidt tot dood of hartinfarct is kleiner dan 1% per jaar.

Het plaatsen van een stent (een metalen buisje dat in een bloedvat wordt geplaatst met het doel dit kanaal open te houden) is dan niet nodig en geeft onnodige kans op complicaties. Een deel van de vernauwingen leidt echter wél tot zuurstofgebrek in de achter de vernauwing liggende ader. Het zijn juist deze vernauwingen die klachten geven (angina pectoris) evenals de kans op hartinfarct of dood. Door zulke vernauwingen te stenten, wordt de kans op dood of hartinfarct juist verminderd. Het is dus belangrijk een betrouwbare methode te hebben om zeer nauwkeurig voor iedere vernauwing apart specifiek te kunnen vaststellen of deze vernauwing zuurstofgebrek geeft of juist niet.

In de FAME-studie (Fractional Flow Reserve versus Angiography fot Multivessel Evaluation) werd bij 1000 patiënten vergeleken hoe de resultaten waren bij het stenten van patiënten met meerdere vernauwingen. Dit betekent dat ongeveer 500 patiënten werden behandeld op de standaard wijze: elke vernauwing ernstiger dan 50% van de doorsnede van het bloedvat die de cardioloog visueel op het angiogram constateerde, werd gestent. De andere helft werd behandeld op basis van de bloeddrukmetingen voor en achter de vernauwingen (zogenaamde FFR-metingen, Fractionele Flow Reserve), waarbij uitsluitend stents geplaatst werden in vernauwingen die een ‘afwijkende’ FFR-bepaling hadden. Dit zijn de vernauwingen die gepaard gaan met zuurstofgebrek.

Stenten bij patiënten met meervatslijden op geleide van de FFR-metingen bleek veel beter te zijn. Zowel sterfte, optreden van hartinfarct, noodzaak tot bypassoperatie of nieuwe dotterprocedure namen alle met  1/3 deel af. Bovendien was de behandeling met  gebruikmaking van FFR beduidend goedkoper, nam niet meer tijd in beslag en ging gepaard met kortere ziekenhuisopname. Ook bleek bij de patiënten die met de FFR-strategie werden behandeld even vaak dat de klachten van angina pectoris volledig verdwenen waren.

Lees meer

 

Copyright © 2006-2011 Hartcentrum Eindhoven. Alle rechten voorbehouden.

disclaimer | copyright