|
|
|
|
|
| "Mijn drive: voor de patient het béste eruit halen" |
| Bron: Kloppend Hart, een uitgave van de Stichting Vrienden van het Hart Zuidoost-Brabant. |
september 2007
Pacemakers: veel mensen zijn er van afhankelijk. Maar er bang voor zijn is niet nodig. Iemand die er alles van weet, is dr. Berry van Gelder. Hij is 'hoofd Hartcatheterisatie' in het Catharina Ziekenhuis. Op zijn afdeling vinden jaarlijks 4.000 dotterbehandelingen plaats, worden per jaar ongeveer 130 pacemakers en 320 ICD's (implanteerbare defibrillators) ingebracht en vinden zeker 3.800 (follow-up) onderzoeken plaats.

|
|
Van Gelder begon zijn carrière bij de afdeling electro-encephalografie
(EEG), gevolgd door de technische dienst van het R.K. Binnenziekenhuis.
Naast zijn werk volgde hij de opleiding elektrotechniek aan de HTS. In
1965 ging dr. Leo van Dijk, een cardioloog uit Leiden, in het Binnenziekenhuis pacemakers implanteren. Vanaf dat moment maakte Van
Gelder de overstap naar cardiologie. "Bij het implanteren moeten er
diverse metingen worden gedaan. Hetzelfde geldt voor de nacontroles."
Cardiologie en radiologie kwamen samen op de hartcatheterisatiekamer (HCK).
Het Binnenziekenhuis verhuisde in 1973 en zo ontstond het huidige
Catharina Ziekenhuis. "Inmiddels zijn er vier kamers. Maar in de
wandelgangen spreekt men nog steeds over de HCK." Hartcatheterisatie is een verzamelnaam voor het onderzoek waarbij een dunne
slang of catheter tot in het hart wordt gevoerd. Dit is bijvoorbeeld
nodig als een patiënt een pacemaker moet hebben.
Drie soorten apparaten
Grofweg zijn er twee soorten apparaten die op de HCK worden ingebracht: pacemakers en ICD's (defibrillators)."De pacemaker kun je
zien als een elektrische centrale die impulsen genereert als de impulsen
vanuit het hart zelf achterwege blijven. Met andere woorden, een
pacemaker zorgt dat het hartritme op peil blijft en wordt toegepast
bij een te laag hartritme."
Een defibrillator werkt totaal anders."Dit apparaat meet het hartritme, controleert of dit stabiel is en geeft een elektrische schok bij
snelle hartritmestoornissen. Daarnaast heeft dit apparaat een pacemakerfunctie. Want als het te snelle hartritme is gestopt, moet worden
voorkomen dat het hart te langzaam pompt."
Een nieuw soort ICD is recent ontwikkeld voor patiënten met een slechte
pompfunctie. "We spreken dan van hartfalen:de slechte pompfunctie
kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een hartinfarct. Meestal
verloopt de elektrische hartfunctie van de linkerkamer dan niet goed; dat wil zeggen, de prikkel begint in het tussenschot van beide kamers en gaat te langzaam naar het tegenoverliggend deel. Hierdoor trekt
het hart ongelijk samen: een dyssynchrone beweging." Deze ICD
behoort tot de nieuwe generatie apparaten."Het is een defibrillator
die daarnaast zorgt voor gelijktijdige stimulatie in beide hartkamers,
ook wel biventriculair pacen genoemd." Door deze vorm van stimulatie
wordt de kamerbeweging weer synchroon, wat de pompfunctie van
de linkerkamer ten goede komt.
Veiligheidsmarge
Van Gelder benadrukt hoe belangrijk goede voorlichting is."Slechts
10 tot 15% van de patiënten is echt afhankelijk van de pacemaker. Bij
de meeste patiënten is er nog wel een hartritme aanwezig, mocht de
pacemaker ermee stoppen."
"Een van de dingen die we meten is de drempelwaarde: hoeveel stroom
of spanning nodig is om het hart te stimuleren. Daarmee bouwen we
dus een veiligheidsmarge in. Een belangrijk onderdeel van ons werk is
pacing: het optimaal ingesteld houden van de pacemaker."
Gereanimeerd
De groep met een ICD kun je onderverdelen in twee groepen."De ene
bestaat uit mensen die gezien hun risicoprofiel, bijvoorbeeld een eerder
hartinfarct samen met een verminderde pornpfunctie, preventief een ICD krijgen. De andere categorie heeft de gevolgen van levensgevaarlijke ritmestoornissen al ondervonden en is in het verleden gereanimeerd. Je kunt je de angst van deze mensen voorstellen."
"In alle gevallen is de betrouwbaarheid van de apparaten enorm hoog,
dankzij de scherpe controle in het fabricageproces en in de follow-up.
Er kan natuurlijk altijd iets misgaan. Maar de fabrikanten rapporteren
structurele fouten snel zodat passende maatregelen kunnen worden
getroffen. Problemen komen meer voor in de geleiders die de ICD of
pacemaker met het hart verbinden, dan in het apparaat zelf."
Weinig risico of niet, Van Gelder ziet vaak ook een verschil in beleving.
"De oudere patiënt berust veel meer in de situatie. Na verloop van tijd
groeit er een soort vertrouwen en het meedragen van zo'n apparaat
went."
Onderzoeken voor verbetering
Van Gelder is bij diverse onderzoeken betrokken die zorgen voor optimalisatie van de biventriculaire stimulatietechniek."Door de drukopbouw te meten in de linkerkamer kan het effect op de pompkracht
worden geoptimaliseerd. De dyssynchronie bestrijden we optimaal en
op deze manier bereiken we het beste resultaat voor de patiënt."
"Pacemakers en ICD's slaan nu al diagnostische informatie op. Om
een voorbeeld te geven: bij vocht achter de longen, een uiting van
hartfalen, meet je de elektrische weerstand tussen het apparaat en
de elektrode in het hart. Die weerstand verandert omdat de vochtinhoud varieert. We kunnen het apparaat zo instellen dat het een
signaal afgeeft bij een bepaalde limiet. In de toekomst kunnen we
veel meer informatie opslaan op het apparaat."
Controle op afstand
"Een nieuwe ontwikkeling die denk ik niet heel lang meer op zich laat
wachten: controle van de patiënt op afstand. Informatie over de
patiënt en over de apparatuur wordt thuis uitgelezen en deze gegevens
gaan dan automatisch naar het ziekenhuis. Voor ons en voor de patiënt een groot voordeel omdat de follow-ups, dus de controle achteraf,
veel tijd kosten en heel arbeidsintensief zijn."Tot slot: al ruim 40 jaar houdt Van Gelder zich bezig met technische kant van pacemakers. "Toch gaat het altijd om de toepassing in een
mens, waarbij ik een schakel ben. Ik ben natuurlijk niet alleen met
techniek bezig. Mijn drive is het beste eruit te halen voorde patiënt!
Nog steeds."
|
|
|
|