Home > In de media > Stamcellen bieden hoop na hartinfarct
Tekst grootTekst normaal
Home
Sitemap
Artifakt
Hartpatiënten gebaat bij therapie met stamcel
Eindhovens Dagblad

16 december 2006

door Dick Hofland

EINDHOVEN - De behandeling van hartpatiënten met stamcellen levert hoopgevende resultaten op. Vijf patiënten met een ernstig hartinfarct kunnen na de behandeling weer redelijk goed functioneren, omdat hun hart beter is gaan pompen. Dat blijkt uit een studie die uitgevoerd is in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven.

Catharina ziekenhuis

Het stamcelonderzoek is uitgevoerd in het Catharina Ziekenhuis. Archieffoto Ton de Hond

Het gaat nog om een experimentele behandeling. Bij de vijf patiënten van wie een groot deel van de linker hartkamer door een infarct was beschadigd, werden stamcellen uit hun eigen beenmerg ingebracht. De cellen ontwikkelden zich in het getroffen deel tot spiercellen, die er voor zorgden dat de pompfunctie van het hart met tien tot vijftien procent toenam.

Onderzoeksleider prof. dr. Nico Pijls noemt dat een flinke verbetering. "Zeker als je bedenkt dat het hart na een infarct nooit meer optimaal zal kunnen werken." Het alternatief voor de patiënten was leven met beperkingen of een hartransplantatie.

Het aantal patiënten dat aan de studie heeft meegewerkt, is nog te klein om met zekerheid te kunnen zeggen dat een behandeling met stamcellen zinvol is. Het resultaat is echter dermate hoopgevend dat komend voorjaar een internationale studie met zestig patiënten van start gaat. De resultaten daarvan moeten duidelijk maken of de therapie op grote schaal kan worden toegepast. Naast het Eindhovense Catharina Ziekenhuis doen daar drie medische centra in de Verenigde Staten, Engeland en België aan mee.

Stamcellen kunnen in principe uitgroeien tot allerlei soorten cellen. In theorie zouden daardoor veel ziekten te genezen zijn, zoals hersenziekten, spierziekten en wellicht sommige vormen van kanker. Daar zijn echter nog geen harde bewijzen voor. Minister Hoogervorst van Volksgezondheid verbood mede daarom onlangs commerciële toepassing van stamcellen in Nederland. De therapie mag alleen worden gebruikt in enkele ziekenhuizen en moet een zuiver medisch-wetenschappelijk doel hebben. Het onderzoek in Eindhoven voldoet aan die voorwaarden. nbsp;

Nico Pijls is voorzichtig. Hij behandelde vijf patiënten na een ernstig hartinfarct succesvol met stamcellen, maar wil niet spreken van een doorbraak. "Ik ben gematigd positief."

Dr. Pijls is cardioloog bij het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven en hoogleraar aan de plaatstelijke universiteit. Hij had niet verwacht dat alle vijf mannen, gemiddeld achterin de veertig, zó veel zouden opknappen. Vóór de behandeling waren ze behoorlijk beperkt, nu functioneren ze weer redelijk. Eén man kon bijvoorbeeld amper een lepel naar zijn mond brengen, maar kan nu normaal eten en af en toe een wandeling maken zonder meteen moe te worden.

Dat komt omdat het hart weer beter pompt. Die functie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF), die bij gezonde mensen 65 é 70 procent is. Bij deze patiënten was dat na het infarct slechts 20 é 40 procent en na het toedienen van stamcellen ligt dat 10 é 15 procent hoger.

„Dat is een flinke winst, zeker als je bedenkt dat het hart na een infarct nooit meer optimaal zal kunnen werken“, zegt Pijls. Hij behoort tot de groep artsen die denkt dat stamcellen ooit een belangrijke rol in de geneeskunde gaan spelen. „In principe kan deze therapie voor heel veel ziekten uitkomst brengen, al zal dat nog een hele tijd duren.“ Stamcellen hebben namelijk het vermogen uit te groeien tot allerlei soorten cellen. Het grote probleem is echter ervoor te zorgen dat de cellen naar de plek gaan waar ze moeten zijn, zich daar thuis gaan voelen en doen wat noodzakelijk is.

Bij ernstig hartfalen, zoals het geval kan zijn na een groot hartinfarct, wordt beenmerg van de patiënt zelf gebruikt. De cellen die daarin zitten worden bewerkt om zich in het hart te ontwikkelen tot spiercellen. Dit is een experimentele behandeling, maar wordt in andere landen op mensen getest. Voor andere ziekten is onderzoek nog niet op gang gekomen of worden er hooguit proeven op dieren gedaan.

In Nederland is kortgeleden de enige commerciële kliniek op dit gebied, het Preventief Medisch Centrum (PMC) in Rotterdam, op last van de Inspectie voor de Gezondheidszorg gesloten. De herkomst van de cellen was onduidelijk en diverse patiënten kregen allergieën na een behandeling. Minister Hoogervorst van volksgezondheid besloot daarna tot een algeheel verbod op commerciële toepassing van stamcellen. De therapie mag alleen worden gebruikt in enkele ziekenhuizen en moet een medisch-wetenschappelijk doel hebben, zoals in Eindhoven.

Zeker zo belangrijk, zegt Pijls, is dat de behandeling volstrekt veilig is en logistiek is uit te voeren, want er zijn heel wat mensen voor in touw. „Dat is bij ons gelukkig allemaal probleemloos verlopen.“ Via een minuscule sensor in de kransslagaders zijn de kleinste veranderingen in het hart gemeten, zoals temperatuur, bloeddruk en stroomsnelheid van het bloed. Dat gebeurde vlak voor de behandeling en vervolgens zes maanden erna. Pijls: „Objectiever kan niet.“ Omdat de resultaten bemoedigend zijn, begint in het voorjaar van 2007 een wereldwijde studie bij zestig patënten, waaraan ook het hartcentrum in Aalst (België), het Columbia University Medical Center in New York en Kings Hospital in Londen meedoen.

Dat onderzoek zal duidelijk moeten maken of dit een reguliere behandeling kan worden voor patiënten met ernstig hartfalen.

Pijls: „Als er 25 jaar geleden iemand met zo’n zwaar infarct binnen werd gebracht, stond je erbij en keek je er naar. Je kon niets. Dan mag je dit toch wel een hoopvolle ontwikkeling noemen. Al zullen we nog heel vaak onze neus stoten.“

Copyright © 2006-2011 Hartcentrum Eindhoven. Alle rechten voorbehouden.

disclaimer | copyright