Boezemfibrilleren

Doel

Er is bij u boezemfibrilleren geconstateerd. U hebt afgesproken u te laten behandelen middels catheterablatie. Hierbij wordt een catheter gebruikt die aan het uiteinde wordt verwarmd en zo kleine brandwondjes veroorzaakt die uiteindelijk littekentjes worden. Deze worden aangebracht in de linker boezem. Deze littekentjes zijn klein genoeg om de functie van het hart niet te verstoren, maar houden wel de voortgeleiding tegen van de electrische impulsen die verantwoordelijk zijn voor het boezemfibrilleren.

Deze behandeling heeft een succeskans van 60-90%, mede afhankelijk van of het boezemfibrilleren alleen in aanvallen optreedt of voortdurend aanwezig is. Bij ongeveer een derde van de patienten is het nodig een tweede behandeling uit te voeren.
De kans op belangrijke complicaties ligt rond de 1%. Enkele problemen die zich kunnen voordoen zijn stolselvorming, bloedingen rond insteekplaatsen en in het hartzakje en vernauwingen van bloedvaten in de buurt van de plaats waar de ablatieletsels worden aangebracht. Nog veel zeldzamer zijn letsels aan de slokdarm.
Veel van het vooronderzoek en bewaking tijdens de procedure is erop gericht de kans op deze complicaties te verminderen resp. tijdig te kunnen reageren indien zich zo'n complicatie zou voordoen.

Vooronderzoek

Het vooronderzoek bestaat, naast de onderzoeken die u op de polikliniek al hebt ondergaan (bloedonderzoek, echo, holter, fietstest) uit een MRI scan of een CT-scan. Hiermee wordt het hart in beeld gebracht.

Door computertechnieken kunnen we de linkerboezem zichtbaar maken, waar de ablatie wordt uitgevoerd. De linker boezem wordt afgebeeld door denkbeeldig de andere onderdelen van het hart te verwijderen.

Tevens wordt in de voorbereiding altijd een slokdarm echo onderzoek uitgevoerd, om uit te sluiten dat er zich onverhoopt een stolsel in de linkerboezem zou bevinden. Om de behandeling veilig te kunnen uitvoeren moet u minstens 3 weken tevoor antistollingstabletten gebruiken. Deze worden 2 a 3 dagen voor opname gestopt.

De behandeling

De behandeling vindt plaats tijdens een opname, d.w.z dat u meestal een nacht in het ziekenhuis blijft. U krijgt plaatselijke verdoving in beide liezen en in het gebied van de linkerschouder. Dit is nodig om de catheters die nodig zijn te kunnen inbrengen. Ook krijgt u tijdens de behandeling een roesje, wat maakt dat u de behandeling beter doorstaat en waardoor u het stil liggen beter volhoudt.

Om in de linkerboezem te komen worden er puncties verricht door het tussenschot tussen de beide boezems. De kleine gaatjes in het tussenschot die hierbij worden gemaakt groeien vanzelf weer snel dicht.

Om de besturing van de catheters zo precies mogelijk te doen worden de afbeeldingen gemaakt bij MRI- of CT-onderzoek gecombineerd met röntgen doorlichting en met elektrische informatie uit het hart. De bedoeling is om een ablatie te verrichten die leidt tot een omcirkeling van de longaders die in de linkerboezem uitmonden. Prikkels die in de longaders ontstaan kunnen na volledige isolatie de boezems dan niet meer in fibrilleren brengen. Soms is het nodig ook nog op andere plaatsen te ableren.

Na de behandeling

Na de behandeling gaat u naar de afdeling en krijgt u ook ritmebewaking. De antistollingsbehandeling die u tijdens de behandeling kreeg wordt voortgezet op de afdeling met prikjes onder de huid. Ook begint u dezelfde dag weer met de antistollingstabletten. De onderhuidse prikjes moeten na ontslag nog 3 dagen worden voortgezet. U kunt ze uzelf eenvoudig toedienen, of een huisgenoot. Vindt u dat vervelend, dan kan de huisarts dit ook doen.

Ook als de behandeling succesvol is kan het ritme in de eerste weken na de ablatie nog wat onrustig zijn en kan er soms zelfs nog boezemfibrilleren optreden. De medicamenten die u tegen de ritmestoornis gebruikte moeten dan ook worden doorgebruikt tot het eerste polikliniek bezoek, na een week of acht.

De eerste dagen na de behandeling kunt u zich best nog moe voelen. Ook voelt u soms wat pijn bij ademhalen of bij bepaalde houdingen. Ook wat pijn bij slikken kan voorkomen. En ook kan het hartritme anders aanvoelen dan u gewend was. In het algemeen zijn het lichte klachten.
Zijn de klachten hevig, dan is het verstandig even contact op te nemen.

Vrijwel iedereen is na een week goed in staat het gewone leven weer op te nemen.

Print deze pagina Sluit dit venster