Defibrillator, uitwendig en inwendig (ICD)

Doel

U heeft ritmestoornissen uit de kamers van het hart. In tegenstelling tot ritmestoornissen uit de boezems van het hart, kunnen stoornissen uit de kamers van het hart gevaarlijk zijn. Aan snelle ritmestoornissen die niet spontaan te stoppen zijn, kunt u overlijden. Een sterke elektrische schok (defibrillatie/cardioversie) kan deze stoornissen beëindigen door middel van een defibrillator.

Uitwendig: Deze elektrische schok kan uitwendig op de borstkas via twee elektroden worden toegediend (uitwendige of externe defibrillator).

Inwendig (implanteerbare cardiale defibrillator, ICD): Indien u regelmatig ritmestoornissen heeft (en misschien al eens gereanimeerd bent, of een slechte pompfunctie van het hart heeft of misschien zelfs een hartinfarct gehad heeft) en uw cardioloog het te risicovol acht u zonder defibrillator door het leven te laten gaan, kan preventief besloten worden een inwendige defibrillator bij u te implanteren.
Een ICD dient primair om u in leven te houden bij een gevaarlijke ritmestoornis. Een ICD kan uw ritmestoornissen niet voorkomen maar wel stoppen. Toch kan het toch zo zijn dat gedurende de seconden tussen de constatering van uw hartritmestoornis en het stoppen daarvan, u toch flauw kunt vallen.

De implantatie

Op het afgesproken tijdstip meldt u zich op de afdeling 7 West. Hier kunt u zich omkleden en wordt u voorbereid op de behandeling.

Het implanteren van een ICD lijkt sterk op de implantatie van een pacemaker , maar een ICD is groter vanwege de sterkere batterij die nodig is om voldoende elektrische stroom (schok) om de ritmestoornis te beëindigen.
Net als bij een pacemaker is de ICD met één of twee draden met het hart verbonden. Via deze draden houdt de ICD het hartritme in de gaten en onderneemt actie als er zich stoornissen voor doen. Via deze draden kan de ICD, indien uw cardioloog dat wenselijk acht, ook als pacemaker werken in het geval er geen of onvoldoende eigen hartritme is.

Het inbrengen van de ICD vindt plaats in een hartcathetersatiekamer, meestal onder plaatselijke verdoving. Onder uw sleutelbeen wordt een ader gezocht en via deze ader worden de twee draden tot in het hart gebracht. Deze draden worden verbonden met de ICD. De ICD zelf wordt onder de huid, onder uw sleutelbeen geplaatst of onder een spier. Een enkele keer is algehele narcose nodig. Tijdens uw slaap, wordt een hartritmestoornis opgewekt om de ICD optimaal te kunnen testen en afstellen. Hierna mag u weer terug naar de afdeling.

Voordat u naar huis ontslagen wordt, wordt de ICD nog een keer gecontroleerd (doorgemeten) en krijgt u uitleg over verdere controles en wat te doen bij ritmestoornissen.

Tijdsduur

De behandeling duurt gemiddeld 1,5–3 uur.
Daarnaast  betreft het een ziekenhuisopname van 1–2 dagen.

Contact

Indien u niet in het Catharina Ziekenhuis onder behandeling bent, blijft u bij uw eigen cardioloog onder controle. Periodieke controles vinden echter plaats in het Catharina Ziekenhuis.

Bij problemen kunt u altijd contact opnemen met het Catharina Ziekenhuis, tel. 040-2399111, en vragen naar seinnummer 118763.

Opmerkingen

Veel praktische informatie over ICD’s kunt u vinden op www.stin.nl  dit is de Stichting ICD Dragers Nederland (STIN).

Print deze pagina Sluit dit venster